Jezelf aanpassen

Als zeer/uitzonderlijk hoogbegaafde (IQ145+) pas je je vaak zo goed mogelijk aan (de verwachtingen van) je omgeving aan, zodat je niet (teveel) uit de toon valt. Dat doe je automatisch, veelal onbewust, en al van heel erg jongs af aan. Het is een coping mechanisme dat je ver kan brengen, maar is dat ook de goede kant op?

Je continu aanpassen aan anderen brengt het risico met zich mee dat je ongemerkt verwijderd raakt van wie je zelf in de kern bent. Je neemt beslissingen op grond van een zelfbeeld dat niet klopt. Vanbinnen kan dat al langer wringen, maar vogel maar eens uit waar het niet helemaal goed zit als je jezelf niet kent. Dit kan lang goed gaan, maar het kan ook maar zo zijn dat je op een gegeven moment erg in de knoop raakt en vastloopt op school of op je werk, of dat je een hele reeks aan lichamelijke kwalen en tics ontwikkelt. Ons lijf weet vaak beter hoe het écht met ons gaat dan ons hoofd…

De tragiek van dit mechanisme is vooral: 𝗷𝗶𝗷 𝗱𝗼𝗲𝘁 𝗼𝗻𝗴𝗲𝗹𝗼𝗼𝗳𝗹𝗶𝗷𝗸 𝗷𝗲 𝗯𝗲𝘀𝘁 𝗼𝗺 𝗷𝗲 𝗮𝗮𝗻 𝘁𝗲 𝗽𝗮𝘀𝘀𝗲𝗻, 𝘇𝗼 𝗲𝗿𝗴 𝘇𝗲𝗹𝗳𝘀 𝗱𝗮𝘁 𝗷𝗲 𝗷𝗲𝘇𝗲𝗹𝗳 𝗸𝘄𝗶𝗷𝘁 𝗿𝗮𝗮𝗸𝘁. 𝗘𝗻 𝘁ó𝗰𝗵 𝗵𝗼𝗼𝗿 𝗷𝗲 𝗲𝗿 𝘁𝗲𝗹𝗸𝗲𝗻𝘀 𝗻𝗲𝘁 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗯𝗶𝗷. Je bent en blijft altijd net even anders dan veel anderen om je heen. Maar is dat eigenlijk erg? Is het niet veel fijner om vaker jezelf te zijn, óók als je dan minder goed past in wat anderen (misschien) van je verwachten?

Ik moedig de IQ145+ ouders die ik spreek altijd aan: onderzoek hoe jouw eigen begaafdheid een rol speelt in jouw leven. Want worden wie je bent en oké zijn met hoe jij in elkaar zit, is het krachtigste voorbeeld dat je aan je kind kunt geven.