Tag: School

  • Liever meer dan minder uitdaging

    Je kind met IQ145+ zit helemaal niet lekker in zijn vel, heeft allerlei rare tics, slaapt slecht en ontploft om het minste of geringste. Ook roept hij dingen als ‘Alles is moeilijk’ en ‘School is stom, ik wil niet meer gaan’. Of zelfs: ’Ik ben dom’.

    Je hebt als ouder al van alles geprobeerd, maar niets werkt. Daarom vermoed je sterk dat het aan school ligt. Je denkt aan een gebrek aan (de juiste) uitdaging. Maar ja, zijn laatste rapport is heel gemiddeld, of misschien begint hij zelfs wat achter te lopen. Dus voor de leerkracht wijzen de signalen zeker niet op verveling. Eerder op te moeilijke stof, een te hoog tempo of misschien is er ook wel sprake van een aandachtsprobleem of prikkelverwerkingsstoornis?

    Dat lijkt ook heel begrijpelijk met wat een leerkracht ziet: 𝗲𝗲𝗻 𝗜𝗤𝟭𝟰𝟱+ 𝗸𝗶𝗻𝗱 𝗱𝗮𝘁 𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝘃𝗿𝗮𝗮𝗴𝗱 𝘄𝗼𝗿𝗱𝘁, 𝗹𝗮𝗮𝘁 𝗻𝗶𝗲𝘁(𝘀) 𝘇𝗶𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝘄𝗮𝘁 𝗵𝗶𝗷 𝗽𝗼𝘁𝗲𝗻𝘁𝗶𝗲𝗲𝗹 𝗸𝗮𝗻 𝗲𝗻 𝗸𝗮𝗻 𝗵𝗲𝗹𝗲𝗺𝗮𝗮𝗹 𝗶𝗻 𝘇𝗶𝗰𝗵𝘇𝗲𝗹𝗳 𝗸𝗲𝗿𝗲𝗻 𝗼𝗳 𝗷𝘂𝗶𝘀𝘁 𝗼𝗻𝗴𝗲𝘄𝗲𝗻𝘀𝘁 𝗴𝗲𝗱𝗿𝗮𝗴 𝗹𝗮𝘁𝗲𝗻 𝘇𝗶𝗲𝗻.

    Dus verveling of te weinig uitdaging kan het niet zijn, toch? En in plaats van extra uitdaging worden de opdrachten versimpeld en herhaald, het tempo gaat omlaag en met een beetje pech worden ook de extra projecten stopgezet om meer tijd te maken voor het standaard werk.

    Dat versterkt bij je kind de gedachte dat hij het allemaal niet kan, dat hij inderdaad dom is. Want anders zou hij toch niet méér van hetzelfde krijgen? Het stemmetje in zijn hoofd dat zegt dat hij niks kan, wordt sterker. Daarom word hij op zijn gedachten gecoacht vanuit de (op zich goede!) intentie dat zijn zelfvertrouwen wat opgekrikt moet worden.

    De coaching lijkt hem ook op te luchten, waardoor het oppervlakkig gezien lijkt alsof dit een succesvolle aanpak is. Vanuit je kind geredeneerd vind ik deze opluchting niet vreemd: hij krijgt even 1-op-1 aandacht van de juf, en grip op die vervelende gedachten die hij in zijn hoofd heeft en waar hij graag vanaf wil. Maar ondanks alle inzet van school én je kind zie jij als ouder thuis geen verschil.

    En dat is wat ik de complexiteit bij te weinig of niet passende uitdaging bij IQ145+ noem: met de intentie 𝘥𝘦 𝘱𝘳𝘰𝘣𝘭𝘦𝘮𝘦𝘯 𝘰𝘱 𝘵𝘦 𝘭𝘰𝘴𝘴𝘦𝘯 wordt per ongeluk gedaan aan 𝘴𝘺𝘮𝘱𝘵𝘰𝘰𝘮𝘣𝘦𝘴𝘵𝘳𝘪𝘫𝘥𝘪𝘯𝘨. Uit angst een kind te 𝘰𝘷𝘦𝘳𝘷𝘳𝘢𝘨𝘦𝘯, wordt het 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘷𝘳𝘢𝘢𝘨𝘥. En dat is heel logisch!

    Minder uitdaging bieden, of meer herhaling is dus (helaas) niet de oplossing. Maar wat dan wel? Een 180 graden andere aanpak is nodig, waarbij, zoals ook in de vakliteratuur beschreven wordt, vertrouwd wordt op de potentie van het brein. Dat elk kind vervolgens een andere aanpak nodig heeft, maakt het niet makkelijker. Werken met zeer/uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen is altijd maatwerk. Het is een puzzel die je samen moet leggen: wat werkt, wat werkt niet, waar gaat het brein van ‘aan’ en waar gaat het van ‘uit’? En dat is niet makkelijk in een omgeving die al veel vraagt van leerkrachten en in een situatie waarin misschien al van alles uit de kast getrokken wordt. Moet er nu weer meer gedaan worden? Een terechte angst, maar eigenlijk moet er vooral ‘anders’ gedaan worden: het kind zelf aan het stuur zetten en met moeilijkere opdrachten en leerstof (bijvoorbeelduit een hoger leerjaar) kijken waar het brein weer van ‘aan’ gaat. En daarmee verder puzzelen.

    Ja, dat vergt echt wel wat van alle betrokkenen:

    • je kind moet leren om te signaleren dat het ‘uit’ gaat en wat het kan doen om zelf weer meer aan het stuur van zijn eigen leven en ontwikkeling te komen zitten
    • jij als ouder moet proactief blijven meedenken over welke stappen gezet zouden kunnen worden om je kind weer ‘aan’ te krijgen (of te houden) en
    • de leerkracht moet ‘loslaten’, vertrouwen geven en kijken wat er gebeurt: ‘Waar vind je het ingewikkeld worden?’, ‘Wat zijn je denkstappen?’

    Als toch al niets lijkt te werken, is pleiten voor het radicaal omgooien van wat je kind aangeboden krijgt misschien ook helemaal niet zo’n gek idee. Want, zoals Einstein lang geleden al zei: als je blijft doen wat je deed, krijg je wat je kreeg…

  • Pionieren

    “𝘔𝘢𝘢𝘳 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘢𝘢𝘵 𝘵𝘰𝘤𝘩 𝘨𝘰𝘦𝘥 𝘯𝘶? 𝘏𝘰𝘦 𝘩𝘦𝘵 𝘷𝘰𝘭𝘨𝘦𝘯𝘥 𝘫𝘢𝘢𝘳 𝘨𝘢𝘢𝘵, 𝘥𝘢𝘢𝘳 𝘮𝘰𝘦𝘵 𝘫𝘦 𝘫𝘦 𝘯𝘶 𝘯𝘰𝘨 𝘨𝘦𝘦𝘯 𝘻𝘰𝘳𝘨𝘦𝘯 𝘰𝘷𝘦𝘳 𝘮𝘢𝘬𝘦𝘯, 𝘩𝘰𝘰𝘳. 𝘋𝘢𝘵 𝘻𝘪𝘦𝘯 𝘸𝘦 𝘥𝘢𝘯 𝘸𝘦𝘭.”
    “𝘖𝘱 𝘥𝘪𝘵 𝘮𝘰𝘮𝘦𝘯𝘵 𝘨𝘢𝘢𝘵 𝘩𝘦𝘵 𝘨𝘰𝘦𝘥, 𝘥𝘶𝘴 𝘯𝘶 𝘢𝘭 𝘥𝘦𝘯𝘬𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘫𝘶𝘭𝘭𝘪𝘦 𝘬𝘪𝘯𝘥 𝘷𝘢𝘴𝘵 𝘨𝘢𝘢𝘵 𝘭𝘰𝘱𝘦𝘯, 𝘪𝘴 𝘸𝘦𝘭 𝘩𝘦𝘦𝘭 𝘯𝘦𝘨𝘢𝘵𝘪𝘦𝘧 𝘨𝘦𝘥𝘢𝘤𝘩𝘵.”

    Deze uitspraken kan je als ouder van een zeer/uitzonderlijk hoogbegaafd kind (IQ145+) zomaar te horen krijgen, op school, van familie of vrienden.

    De intentie erachter is vaak goed: mensen willen graag dat het goed gaat met je kind, ze willen jou opbeuren en het ‘probleem’ snel oplossen.
    Of er is oprecht de overtuiging dat er nu op dit moment geen probleem is, dus dat dit vast wel zo zal blijven. Op het oog gaat het toch goed met je kind? Hij doet toch keurig mee?

    Als ouder kunnen dit soort opmerkingen je uit je evenwicht brengen. Maak je je misschien teveel zorgen? Moet je maar gewoon afwachten en kijken wat er gebeurt? Is het een self-fulfilling prophecy, waarbij het niet anders kan dan misgaan, omdat jij (door eerder opgedane ervaringen) denkt dat het mis zal gaan?

    Maar dat knagende gevoel van binnen dat het níet goed gaat met je kind, dat kan je toch niet negeren? En die boze buien van je kind, of zijn totale lamlendigheid, of het gedoe om hem uit bed en op tijd op school te krijgen, dat is toch niet normaal? Of til je er te zwaar aan? Zit je er teveel bovenop?

    Het vergt temidden van alle emoties thuis moed (en bakken energie) om te blijven varen op je eigen kompas, ook als dat tegen de stroom in blijkt. Met een kind dat in zo’n kleine doelgroep valt als de jouwe, kan je niet anders dan je eigen gevoel volgen. Er zijn immers maar weinig anderen die ditzelfde pad bewandelen.

    Vaak ís er zelfs geen pad, moet je pionieren en zelf continu blijven nadenken over mogelijke oplossingen. Ook als je niet weet waar je het zoeken moet. Dat vraagt veel van jou als ouder. Met alle emoties die daarbij komen kijken: woede, machteloosheid, verdriet, teleurstelling, frustratie. Maar je gaat door, je kunt niet anders. Want wie anders ziet hoe het écht met je kind gaat?