Als er één discussie is die wij thuis vaak voeren, is het deze: is het goed dat we de kinderen veel ruimte (en daarmee autonomie) bieden, of zouden we de teugels soms toch wat strakker aan moeten trekken? Moeten we de bedtijden niet wat strikter hanteren, of is het juist goed dat we daar wat ruimte in laten? Maar het naar bed gaan ontspoort evengoed vaak in chaos dus zou het niet helpen als we gewoon zouden zeggen: “Nee, geen discussie, het is je bedtijd en daarmee basta!”.
Hadden we niet juist die strikte bedtijden in de loop van de tijd losgelaten, omdát er continu discussie over was? En ontaardt het niet ook daadwerkelijk minder vaak in chaos dan eerder het geval was? Maar ja, áls het dan chaos is en we het zelf ook wel zat zijn na een lange dag en gewoon op de bank in alle rust een kop thee willen drinken, dan vragen we ons toch weer af: zouden we niet…?
Maar ze luisteren toch gewoon naar jou als ouder?
Voordat ik kinderen kreeg, en toegegeven: ook nog wel na de geboorte van mijn oudste, dacht ik altijd: kinderen moeten gewoon luisteren, ík bepaal hoe we het gaan doen. Terwijl ik dit type, moet ik er zelf ook even om gniffelen. Want wás dat maar zo! En echt, ik heb het geprobeerd: voedingsschema’s, keurige bedtijden, de 3R’en (rust, reinheid, regelmaat). Maar het ging totaal niet, eigenlijk al vanaf minuut één. De kraamverzorgster, een ongelooflijk fijne professional met jaren ervaring, zei het al in de kraamweek van onze oudste: “dit kind doet alles volgens zijn eigen boekje.” Toen dacht ik nog: dat zegt ze natuurlijk tegen alle nieuwe ouders. Maar inmiddels weet ik: dat is niet zo. In ons huis werken de 3R’en gewoon niet zo lekker, (óók niet voor mezelf, heb ik inmiddels geleerd). De (grote) hang naar autonomie van onze (zeer/uitzonderlijk) hoogbegaafde kinderen is iets om rekening mee te houden in de opvoeding.
Dus we hebben heel veel (zelfopgelegde) grenzen overboord gegooid. En dat werkt een stuk beter. Een verkoopster in een schoenenwinkel zei ooit toen een van onze (tegen die tijd vrij vermoeide en dus recalcitrante) peuters de schoenen die ik voor hem uitgezocht had niet aan wilde trekken: “Volhouden mevrouw, u bent de baas.” Ongetwijfeld goed bedoeld, maar nee, ik ben niet de baas over mijn kinderen. En als het goed is, zijn zij dat ook niet over mij.
Maar met het loslaten van ‘hoe het hoort’ (of: ‘hoe ik denk dat het hoort’), komt er wel automatisch ook een heel groot grijs gebied vrij waarbij je wel telkens denkt: moet ik hier een grens trekken of is het oké als ik dit laat gaan?
Ah, jullie worstelen hier ook weleens mee!
Afgelopen jaar interviewde ik voor mijn boek (in wording) 25 ouders van zeer/uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen (IQ145+) over de opvoeding van hun kinderen en kwam dit discussiepunt in de opvoeding ook vaak terug. Voor mij als ouder stiekem heel fijn, want ik dacht altijd dat wij de enige waren die kinderen hadden die steeds de grenzen opzochten. Maar blijkt een heel herkenbare struggle: wanneer geef je ruimte en wanneer trek je een grens?
Twijfelen aan waar je de piketpaaltjes van je opvoeding slaat, doet natuurlijk elke ouder. Maar kinderen met een IQ boven de 145 punten hebben meer én sterker behoefte aan autonomie dan veel andere kinderen. Voor jou als ouder van een of meerdere kinderen die ontzettend wilskrachtig, temperamentvol, intens én autonoom zijn, is het dan ook een continue koorddansact: hoe bied je voldoende gezonde autonomie en buig je mee als bamboe en wanneer trek je de grens bij zaken die jouw normen en waarden of autonomie aantasten?
Natuurlijk, als het gaat om welke kleding er vandaag gedragen wordt, is dat niet zo ingewikkeld. “Prima, schat, doe jij lekker een warme trainingsbroek aan terwijl het 35 graden is.” Als je kind het (te) warm krijgt, gaat ‘ie vanzelf wel iets anders aantrekken.
Maar wat doe je als er elke dag strijd is over schoon ondergoed of sokken? Ga je eindeloos soebatten of trek je een lijn in het zand? Bij dit soort relatief simpele dingen is het niet zo’n punt als het een keer anders gaat dan je graag zou willen. Een extra dag in je onderbroek of sokken gaat niemand aan ten onder, al is het niet echt hygiënisch. Maar dan komt de dag dat je kind van zeven vindt dat hij prima zelf die drukke weg over kan steken, want ‘hij is toch al zeven?!’. Of je kind van tien vindt dat hij zelfstandig met bus of trein door het land kan. Of je puber van vijftien zéker weet dat hij oud en wijs genoeg is om een hele week zelf op vakantie te gaan, uiteraard zonder jou.
Eh ja, wat doe je dan?
Tien jaar terug zou ik gedacht hebben: no way, jose. We gaan het doen zoals ík het wil. Maar nu, met al een lekker aantal jaartjes opvoedervaring achter de rug (en nog een heleboel meer jaren te gaan), weet ik: het hangt van je kind af wat wanneer wel of niet verstandig is. Natuurlijk: hygiëne is belangrijk en iets dat gewoon echt gevaarlijk is, is sowieso niet im frage. Soms is het hartstikke duidelijk welke grens je moet stellen. Ja, je moet elke dag je tanden twee keer poetsen, anders krijg je gaatjes en nee, je mag niet je vingers in de gaatjes van het stopcontact proberen te steken (óók niet als je alleen maar even wilt ontdekken of dat kan).
Maar vaker hangt de mate van autonomie die je je kind biedt af van hoeveel ruimte je kind vraagt en hoeveel vertrouwen jij erin hebt dat hij iets tot een goede afloop weet te brengen (of hoeveel hij ervan leert als het niet loopt zoals gepland). En dus moet je vaak heel actief nadenken over waar jouw grens ligt. Wat vind ik als ouder belangrijk? Over welke onderwerpen ben ik bereid om telkens weer strijd te voeren en welke dingen vind ik eigenlijk niet belangrijk genoeg om steeds maar weer discussie over te hebben? Oók als dat laatste betekent dat ik er vaker aan zal twijfelen of ik de juiste grenzen gesteld heb? En óók als wat wij binnen ons gezin ‘normaal’ vinden voor onze omgeving misschien onbegrijpelijk is?
Ik kan me op dit moment nog niet voorstellen dat ik mijn puber van vijftien zelfstandig een week op vakantie zou laten gaan, maar tegelijkertijd weet ik ook dat het kan zijn dat ik daar over een aantal jaar anders over denk. Ik hoor dit soort verhalen van andere ouders en snap het als ze het verbieden, maar óók als ze het (met klotsende oksels) toestaan. En zeker als ze samen tot een tussenoplossing komen die voor iedereen werkt, want dat laatste vergeten we nog wel eens als we ons laten verleiden om een situatie zwart-wit te bekijken.
Misschien is optie A niet prettig voor je kind en optie B niet prettig voor jou, maar is optie C voor iedereen te verdragen. Per slot van rekening probeer je tijdens je hele opvoeding samen met je kind te kijken: wat werkt voor jullie. Hoe wordt je kind zelfstandig, en vooral: zelfredzaam? Ook als dat op een manier is die je op voorhand nog niet bedacht had. Of misschien juist als dat zo is?
En ach, fantaseren we soms niet allemaal weleens over kinderen die gedwee, zonder enige vorm van discussie hun bed opzoeken? En als we dan toch fantaseren: dat ze dan ook zonder verder gedoe hun kamer keurig aan kant houden, ten allen tijde met hun mond dicht eten, met twee woorden spreken en ’s ochtends hun broodtrommels vullen en kant en klaar voor de deur staan te trappelen om naar school te gaan. Een mens moet wat te dromen houden, toch?
Lijkt het jou fijn om eens met andere ouders te sparren over autonomie en het al dan niet stellen van grenzen of juist ruimte? Dan ben je van harte welkom op mijn Online IQ145+ Ouderavond komende maandag 5 oktober. Er zijn nog een paar plekjes over. Tijd: 20:00-21:30u. Kosten: €30,-. Aanmelden kan via het contactformulier.


